Tuinproblemen
Kijk in mei elke avond even naar slakken bij jonge planten
Na IJsheiligen staat er vaak veel jong spul in de tuin. Juist dan slaan slakken graag toe. Een korte ronde nu scheelt later veel vraat.

Kijk vooral na een natte dag
In mei staan veel jonge planten net buiten. Denk aan sla, dahlia, hosta, aardbei en jonge perkplanten. Die planten hebben nog weinig blad. Als slakken daar flink van eten, blijft er soms bijna niets over.
Een korte ronde in de avond helpt dan beter dan veel later pas ingrijpen. Slakken komen vooral tevoorschijn als het vochtig is. Na regen, sproeien of een zachte avond zie je ze het snelst.
Zo doe je een simpele slakkenronde
Loop rustig langs jonge planten, potten en randjes van de border. Kijk niet alleen bovenop het blad. Kijk ook onder bladeren, onder potranden en bij stenen of plankjes. Daar zitten slakken graag verstopt.
- Raap slakken weg als je ze ziet.
- Zet ze ver weg van kwetsbare planten.
- Haal losse rommel vlak rond jonge planten weg.
- Geef water liever bij de wortel, niet over het hele blad.
- Kijk de volgende avond nog een keer.
Wanneer moet je extra opletten?
Let vooral op bij jonge planten met zacht blad. Ook potten op een beschutte plek zijn gevoelig. Daar blijft het langer vochtig en warm. Zie je glimmende sporen of ronde gaten in het blad? Dan weet je genoeg: er zijn slakken actief.
Bij droog weer is de schade vaak minder. Dan hoef je niet elke avond lang te zoeken. Een korte controle is genoeg. Na regen mag je wat scherper zijn.
Gebruik niet meteen zwaar middel
Een paar slakken horen bij de tuin. Ze ruimen ook oud materiaal op. Het doel is dus niet om alles dood te maken. Het doel is jonge planten beschermen totdat ze sterker zijn.
Gif is vaak niet nodig. Begin met weghalen, beschermen en minder schuilplekken maken. Een ring, kraag of tijdelijk gaas rond heel kwetsbare planten kan ook helpen. Dat kost weinig en is vaak al genoeg.
Wanneer kun je beter niets doen?
Heeft een sterke plant maar een paar gaatjes? Laat het dan gerust zo. Een gezonde plant groeit daar meestal doorheen. Ga pas vaker controleren als de plant zichtbaar achteruitgaat of als nieuwe scheuten steeds worden opgegeten.
Zo blijft de aanpak rustig. Je beschermt wat kwetsbaar is, zonder de hele tuin onnodig hard aan te pakken.



