Buitenleven
Een vlinder tuin maken
welke planten kun je planten om een vlinder rijke tuin te creëren

Een vlindertuin maken
Wil je meer vlinders in je tuin? Dan heb je bloemen nodig, maar ook planten waar rupsen van eten. Vlinders zijn kieskeurig. Ze zoeken nectar voor zichzelf en een veilige plek voor hun eitjes. Een tuin met alleen mooie bloemen is dus vaak nog niet genoeg. IVN noemt nectarplanten en waardplanten allebei belangrijk voor vlinders.
Goed nieuws: je hoeft geen grote tuin te hebben. Ook een kleine border, een hoekje met vaste planten of een zonnige plek langs het terras kan al helpen. Vlinders komen vooral af op geur, kleur en vorm van bloemen. Paars, roze, rood en geel doen het vaak goed.
Stap 1: kies bloemen met nectar
Begin met planten waar vlinders graag nectar uit halen. Volgens IVN zijn onder meer vlinderstruik, lavendel, asters, duizendschoon, koninginnekruid, hysop en wilde marjolein goede keuzes. Ook hemelsleutel, valeriaan en verschillende distels kunnen helpen. Voor een langere bloei kun je planten kiezen die op verschillende momenten bloeien. Zo is er meer voedsel in de tuin, van voorjaar tot herfst.
Goede planten voor een vlindertuin
- Vlinderstruik
- Lavendel
- Asters
- Duizendschoon
- Koninginnenkruid
- Hysop
- Wilde marjolein
- Hemelsleutel
- Valeriaan
- Distels
Deze planten passen goed in veel Nederlandse tuinen. Zet ze wel op een plek met genoeg zon. Vlinders zijn warmteminnende dieren en bezoeken zonnige plekken graag.
Stap 2: vergeet de waardplanten niet
Rupsen hebben andere planten nodig dan volwassen vlinders. Die planten heten waardplanten. Zonder waardplanten blijven veel vlinders maar kort in je tuin. IVN noemt onder meer brandnetel, pinksterbloem, judaspenning, look-zonder-look, koolplanten, zuring, sporkehout, klimop, venkel, dille en wortel als waardplanten voor verschillende soorten. ([ivn.nl](https://www.ivn.nl/afdeling/de-ronde-venen-uithoorn/vlinders-in-de-tuin/))
Dat betekent niet dat je tuin wild moet worden. Een klein hoekje met brandnetels of een paar losse waardplanten is al nuttig. De rupsen eten van de plant, maar dat is normaal. Meestal herstelt de plant weer
Stap 3: maak de tuin rustig en zonnig
Vlinders houden van warmte. Kies dus een beschutte, zonnige plek. Een tuin met veel steen en weinig groen is minder aantrekkelijk. Meer planten, meer bloemen en wat hoogteverschil maken je tuin beter voor vlinders. Ook een rommelig hoekje kan helpen, want daar kunnen vlinders en rupsen schuilen.
Stap 4: laat niet alles netjes opgeruimd achter
Veel mensen maken één fout: ze knippen alles in de herfst weg. Laat liever een deel van de uitgebloeide planten staan. Daar kunnen insecten schuilen. Ook wat bladeren op de grond is niet erg. Vlinders overwinteren soms als ei, rups of pop. Daarom is een rustige tuin in de winter ook belangrijk.
Veelgemaakte fouten
- Alleen kiezen voor mooie bloemen en geen waardplanten zetten.
- Te veel steen gebruiken en te weinig groen laten groeien.
- Alles te strak schoonmaken in najaar en winter.
- Alleen dubbelbloemige planten kiezen. Die geven soms minder nectar.
- Alles op een droge, donkere plek zetten. Vlinders zoeken juist zon.
Een simpele start is genoeg
Je hoeft niet alles in één keer aan te pakken. Begin met drie tot vijf planten die vlinders trekken. Zet daar een paar waardplanten bij. Kies soorten die op verschillende momenten bloeien. Dan help je vlinders bijna het hele seizoen. Een kleine, slimme tuin is vaak beter dan een grote tuin die te strak is ingericht.
Wil je snel resultaat? Plant dan bijvoorbeeld lavendel, duizendschoon, koninginnekruid en asters. Zet daarnaast een hoekje met brandnetel, look-zonder-look of pinksterbloem. Zo maak je stap voor stap een tuin waar vlinders terugkomen.
